Town and Gown

In 1815 stond de zieken- en ouderenzorg in Utrecht er niet goed voor. Door de Franse revolutie had het enige ziekenhuis, het Catharijneconvent, in 1812 zijn deuren moeten sluiten. Wat restte waren zeven schamele gasthuizen die voor het medisch onderwijs geen betekenis hadden.

Toen dan ook in augustus het besluit kwam dat er alleen klinisch onderwijs gegeven mocht worden als de medisch studenten praktijkervaring konden opdoen, zat het gemeentebestuur met de handen in het haar. Een stad zonder medische faculteit was ondenkbaar. Maar hoe kwamen ze zo snel aan een ziekenhuis?

Het gemeentebestuur bedacht een list door een correspondentie te starten met het bevoegd gezag. Het resultaat was een Koninklijk Besluit van Koning Willem I op 27 maart 1817: alle gasthuizen in Utrecht moesten samengevoegd worden tot één Algemeen Gasthuis en één Algemeen Ziekenhuis. Eén 'College der Vereenigde Gods- en gasthuizen' werd verantwoordelijk gesteld voor het bestuur.

Ik stel mij die periode voor: woedende regentenbesturen die uiteindelijk het hoofd moeten buigen dat hun- toen al - eeuwenoude gasthuizen worden gesloten. De verbouwing in het Bartholomeus Gasthuis die nodig is om als aangewezen Algemeen Gasthuis alle bejaarden uit de zes overige gasthuizen op te vangen. De verkoop van de te sluiten panden. De logistieke operatie die de verhuizingen met zich meebrengen. Zeven administraties die gescheiden moeten worden bijgehouden, omdat de Koning dat zo heeft bedongen. Het zoeken naar een geschikt ziekenhuis voor de twaalf zieken uit de gasthuizen. Het geruzie tussen dokters die denken recht te hebben op het directeurschap van het nieuwe ziekenhuis. En dat alles om het medisch onderwijs in Utrecht te redden.

Het is 27 maart 2017. Precies tweehonderd jaar na het Koninklijk Besluit dat het Utrechtse zorglandschap voor eens en voor altijd veranderde. Ik ben door de rector magnificus uitgenodigd de viering bij te wonen van de Dies Natalis in de Domkerk. De geboortedag van de Universiteit. Bestuurders van Universiteit, voormalig Algemeen Ziekenhuis, voormalig Algemeen Gasthuis en Gemeente zitten naast elkaar. Erfopvolgers van het verlangen om het klinisch onderwijs en de ziekenzorg voor de stad te behouden.

De inleiding van de rector gaat over ‘Town and Gown’; stad en toga. Hoe - door de eeuwen heen - die twee elkaar nodig hadden en tegelijkertijd afstootten. Het durende spanningsveld tussen de elite en het volk, tussen de macht en het gepeupel, de wetenschap en de praktijk, feiten en ervaring.
Tot nu toe had ik er nooit op die manier over nagedacht dat universitair onderwijs een keerzijde kan hebben. Dat er een kloof kan zijn tussen town and gown. Zoals politici er toe hebben bijgedragen dat nieuwe leiders de ruimte kregen om de groeiende, boze middenklasse een stem te geven. Zoals verpleeghuiszorgbestuurders worden gewantrouwd waardoor het volk in het manifest van Hugo Borst een stem vindt.

De rector stak met zijn speech een hand uit naar de ‘angry white man’ door te beloven dat de elite zal afdalen om in de praktijk te laten zien dat het helpt als er slim wordt nagedacht. Dat wetenschap ten goede komt aan de man en vrouw in de straat. Dat het mogelijk is een gezonde stad te zijn. Met praktijktuinen waar het ge-weten in de praktijk wordt getest en feedback krijgt. De stad een level hoger tilt naar een nieuw tijdperk waar town and gown elkaar vinden in de zorg om elkaar.

YouTube video-inhoud is niet beschikbaar vanwege uw privacy-instellingen.

AD: UU wil Utrecht 'meest gelukkige stad ter wereld' 

Het overbruggen van de toenemende tweedeling in de maatschappij ziet de Universiteit Utrecht als belangrijke taak. Dat zei rector magnificus Bert van der Zwaan vanmiddag in de Domkerk. 'Betekenisvol’ noemt de universiteit de samenwerking die ze op het ‘gebied van gezond ouder worden’ is aangegaan met het Bartholomeus Gasthuis. Dit bestaat dit jaar 650 jaar en kan gezien worden als het oudste universitaire ziekenhuis, en de voorloper van het academisch ziekenhuis. Hier wordt met grote voortvarendheid en vernieuwing gewerkt aan ouder worden in de stad op een manier die recht doet aan waardigheid en zingeving.’’