Onder dit dak

Hier strekt de hand zich uit naar de tijd

die zich nestelt in een stoel, het laatste bed.

Zich verstopt in ‘t gewelf van de kelder.

Voor zichzelf.

 

Onder dit dak worden eeuwen verborgen

van leven dat heel even over de dorpel zich meldt.

Verhalen vertelt over de rimpel die zich voegt in ’t gelaat

dat ik hier achterlaat.

 

Tussen deze muren zag ik mijn naaste

liefde die het cement van mijn stenen verhief

tot een kapel. Het vormde tot een archief

dat onze naam behoedzaam draagt.

 

Op deze grond stond mijn laatste bed.

Gebed van mijn zinnen verhoord.

Getroost en gevoed bleef  de warme hand mij beminnen

tot na mijn dood.