willy1.3.jpg

 

Ik mis je ook al heb ik je nooit gekend

Soms heb je geen ander nodig om te weten hoe bijzonder iemand is geweest; je hoort, leest of ziet iets over iemand en BAM! Het pakt je totaal. Ik weet nog dat er op de TV een bericht kwam dat Jeroen Willems, totaal onverwacht en veel te jong, was overleden. Alhoewel nooit live meegemaakt had ik genoeg aan YouTube.

Ik weet niet wat ik het mooist vond; zijn stem, dat hij nummers zong van Jacques Brel en - alhoewel dat eigenlijk niet kan met Brel - ik die nog mooier vond klinken? Of zijn gezicht als hij zong? En nu was dat zomaar gestopt en zou ik hem nooit levend meemaken.

Soms heb je een ander nodig om iets te gaan waarderen. De muziek van Bach is voor mij zo’n voorbeeld. Van Bach ging ik pas houden door Maarten ’t Hart. Zijn liefde voor Bach laat geen lezer onberoerd. Je gaat beter luisteren, wilt vinden wat Maarten al gevonden heeft…. En dan sijpelt ie binnen; een soort virus dat latent aanwezig was en dan plotseling actief wordt en je lichaam inpakt.

Soms heb je iets tastbaars nodig om te verlangen dat je de persoon had gekend. Ik had dat verleden jaar met Koos van der Sluys. Een Utrechts kunstenaar die in 2005 in het Bartholomeus Gasthuis overleed. Het verlangen begon toen op een dag een man belde en zei dat hij werk van Koos aan ons wilde nalaten voor onze tentoonstelling ‘Van Armenpot tot Zorgpakket’. Het bleek het Livre de Jade te betreffen; 23 etsen in een zelfgemaakt boek van ruim een meter lengte. Toen ik bij de oude, gulle gever in zijn flat stond en hij het boek opende was ik overrompeld; de diepte van de kleuren, de contradrukken, de handgeschreven gedichten die samenvielen met de afbeeldingen, het prachtig gemaakte kaft van het boek! Wie was die man die drie jaar werkte aan dit meesterwerk?

Soms is er een herdenking nodig om je te realiseren hoe bijzonder iemand was. Dat gebeurde mij weer eind januari toen in het Bartholomeus Gasthuis de bewoners werden herdacht die het afgelopen jaar waren overleden. Als de zaal zich vult met familie en vrienden van de overledenen en de muziek tegen de hoge gewelven van de middeleeuwse ziekenzaal omhoog kruipt, begint het al. Een gemis van iets wat niet van mij is. Het gemis wordt groter naarmate de avond vordert. Doordat de namen in het openbaar worden genoemd, de kaarsen worden ontstoken, door een persoonlijk gedicht of herinnering die wordt gedeeld. Een gemis omdat ik de levens van de overledenen niet kende terwijl ze zo belangrijk en uniek waren. Omdat in ons Gasthuis de dood zo dichtbij is en we zo vaak afscheid moeten nemen. Ik realiseer me hoe zwaar dat niet alleen voor de naasten van de overledenen is, maar ook voor onze medewerkers die zich met de bewoners verbinden. Hen liefdevol verzorgen om steeds opnieuw weer los te moeten laten. Hen moeten missen omdat de tijd verstrijkt en alleen herinneringen nalaat.

Maar jij – jij blijft gewoon bij mij,
onder de vleugels van mijn naam; zolang
ik ademhaal blijf jij me bij, jij en alle mensen
die er niet meer zijn, de namen die ik
heb gekend. Ik noem je:

Uit: Utrecht voor beginners. Gedicht ‘Namen’ van Ingmar Heytze