willy4.jpg

Doorfluisterwoorden

Mijn zoon heeft gejokt. Tijdje geleden al. Waarover? Dat kan ik natuurlijk niet vertellen. Hij jokte niet voor niets. Hij wilde iets beschermen. Het was wel een erge jok want hij vertoonde vreemd gedrag. Daarom kwamen we er achter. Hij was nog geen geboren jokker, zeg maar. Gelukkig. 

Een tijdje geleden jokte de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). Op 5 juli om precies te zijn. De IGZ zei namelijk dat het Bartholomeus Gasthuis behoorde tot de 150 verpleegzorginstellingen die al vanaf 2014 onvoldoende in staat waren de zorg voor kwetsbare bewoners op een goed niveau te brengen. Bovendien waren deze 150 verpleegzorginstellingen ook niet in staat de zorg voortdurend verder te verbeteren. 

Het Gasthuis was weliswaar ingedeeld in ‘categorie 4’, wat zoveel betekent als ‘alles weer in orde’, maar wij waren helemaal niet bezocht in 2014. Pas in de zomer van 2015. Wat de IGZ er ook niet bij vertelde is dat de IGZ ons bezocht omdat we een laag-risico organisatie waren. Ze hadden namelijk geen negatieve signalen over ons. Al niet vanaf 2009, toen ze ons voor het laatst hadden bezocht. Passend bij een IGZ worden ze dan achterdochtig: misschien hou je nare dingen achter. Dan vorm je gek genoeg een risico. Dus komt de IGZ langs. Nu zou ik jokken als ik zou zeggen dat alles 100% perfect was. Dat is haast onmogelijk, want wij werken met mensen voor (hele zieke) mensen. Dus een aantal verbeterpunten. Die waren makkelijk en snel opgelost, waarna de IGZ met een kort briefje te kennen gaf dat de zaak hiermee was afgedaan. Dat zetten ze dan altijd op hun website zodat transparant is hoe de vlag er bij hangt.

Het nare was dat de zaak uit de hand ging lopen. Eigenlijk al dezelfde dag, want de IGZ ging de namen van die 150 instellingen openbaar maken. Openbaarder dan gewoon openbaar. Geclusterd met die negatieve kwalificatie was dit het zwaarste handhavingsmiddel dat de IGZ kon inzetten. Ze moesten trouwens wel van de staatssecretaris. Die, op zijn beurt, was weer gedwongen door de Tweede Kamer, want die wilde nu eindelijk wel eens weten waar ze aan toe was.
Direct na openbaarmaking doken de media er natuurlijk bovenop. Die zetten onze naam in alle kranten waardoor iedereen schrok. Ook ik, want ik vroeg me natuurlijk af of ik iets heel belangrijks had gemist. Dat knaagde aan mij; dat ik als bestuurder blijkbaar niet wist wat er gaande was. Niets voor mij.

Vervolgens werd het nog erger. Op 6 juli tijdens het urenlange spoeddebat in de Tweede Kamer. Mevrouw Dik-Faber (CU) zei ‘dat er 150 instellingen op het netvlies stonden van de IGZ en dat die nu helemaal waren doorgelicht met een zorgwekkende conclusie’. De heer Potters (VVD) zei ‘dat de instellingen die op de lijst stonden nu niet moesten doen alsof ze schrokken, want ze wisten al heel lang dat het niet op orde is’. Mevrouw Leijten (SP) prees de staatssecretaris dat hij ‘al die instellingen de kans wilde geven om zich te verbeteren’. Ze gooide, als deskundige van de langdurige zorg, en passant nog even de hele branche op een hoop met ene Debbie; de medewerker die het geen fluit interesseert wie zij verzorgt of wie er overlijdt in haar verpleeghuis, want ze krijgt zo’n slecht contract dat ze toch met niemand een band op kan bouwen. Triomfantelijk wees Leijten vervolgens de schuldigen aan. Ze had de bezem al klaar staan ‘om de trap van bovenaf schoon te vegen’! Instemmend viel het koor aan kenners in bij deze nieuwe mantra.
Mevrouw Bergkamp (D66) en – in zekere mate – mevrouw Keijzer (CDA) bleven echter vragen stellen over de gevolgde procedure en probeerden de opzwepende muziek te dempen. Mevrouw Bergkamp raadde zelfs bijna dat er wel eens een jok in het spel kon zijn geslopen. Maar toen uiteindelijk de staatssecretaris het woord kreeg, nam hij alle zorgen weg door geruststellend aan te geven dat hij de tijd had genomen om zijn onderzoek zorgvuldig en grondig te verrichten en nu kon zeggen bij welke instellingen het toezicht kon worden afgesloten en bij welke nog ernstige zorgen zijn:

‘…maar ik zeg het nog even precies. U, bij monde van uzelf, hebt verleden keer gevraagd, toen wij dat debat hadden: doe onderzoek bij die 150 instellingen om te kijken wat wel en niet goed gaat; maak ze transparant; maak ze zichtbaar. Ik kan uw teksten nog citeren; ik heb ze hier bij me. Dat hebben wij dus ook gedaan. Dat onderzoek ligt er nu. De prestaties zijn transparant. Nu kunnen wij zeggen hoe het zit met die 150 instellingen, ……’

In zijn enthousiasme deed hij er nog een schepje bovenop door het handhavingsmiddel van de IGZ van ‘intensief’ toezicht op te schroeven naar ‘verscherpt’ toezicht.

Maar stel nou dat de IGZ en dus de staatssecretaris en de Tweede Kamer en dus ook de media helemaal niet wisten dat er is gejokt. Kan zo gebeuren. … Er is tijdsdruk en iemand stelt een verkeerd lijstje samen dat vervolgens verkeerd wordt geframed. Of je jokt omdat je de waarheid van iemand anders hebt gekregen die ook dacht dat ie de waarheid… en die weer van die…. Het foutje gaat zijn eigen leven leiden. Zoals bij dat woordspelletje dat wij vroeger speelden: de eerste fluistert een woord in iemands oor. Die moest het woord dan aan de volgende doorfluisteren en die weer aan de volgende en na twintig keer doorfluisteren bleek het een heel nieuw woord te zijn geworden. Dus een uit de hand gelopen foutje dat breeduit het nieuws ingaat als zijnde de waarheid.

Dat wilden we weten. Dus bleven we doorzeuren bij de IGZ of ze ons wilde uitleggen waarom wij op de lijst stonden. Toen we na lang wachten, diverse mailtjes en nog wat telefoontjes eindelijk tegenover de hoofdinspecteur zaten, bleek het inderdaad lastig te liggen. De hoofdinspecteur vertelde dat er helemaal geen update bestond van de lijst met instellingen die in 2014 onder hun toezicht stonden. Zo werkten ze niet. Ze hielden gewoon een voortgangslijst bij. De lijst die gepubliceerd was betrof de periode januari 2015 – maart 2016. Er was dus eigenlijk sprake van twee lijsten: een update van 2014 – die er helemaal niet is, ondanks dat daar een urenlang debat over gevoerd is en de media zich er op hebben gestort – en de gepubliceerde, nieuwe lijst waar ‘rijp en rauw’ door elkaar staat.  Toen wij vervolgens vroegen hoe het dan komt dat, toen zij doorkregen dat er sprake was van een fout, niets deden om die fout recht te zetten en dus het jokken begon, werd het gesprek weer ingewikkelder. Er stond natuurlijk ook wel wat op het spel na die krachtige taal in de Tweede Kamer en de media.

Vervolgens brak er weer een periode aan van brieven schrijven. IGZ-brieven met doorfluisterwoorden, waardoor het al maar lastiger werd. Gelukkig bleek tenslotte het geweten van de IGZ groter te zijn dan we dachten. Het is ook wel een verschil of de ‘ouders’ jokken of het ‘kind’. Dat voelden ze goed aan:

afkomstig uit het door de IGZ opgestelde verslag d.d. 21-10-2016

NB mijn zoon geeft toestemming voor deze blog